eenvoud

‘Een mens leeft niet van brood alleen…’

Ik schuif aan een eenvoudig gedekte tafel.

Zeven borden, zeven messen, zeven vorken en zeven glazen staan klaar voor de zeven mensen die vandaag in De Spil meelunchen. In het midden van de tafel staan twee manden met verschillende soorten brood, twee schaaltjes roomboter, twee kannen water en een schaal met druiven op een wit tafellaken.

Naast deze eenvoudige rijkdom aan voedsel heeft de gastvrouw ook een muziekstuk voor ons uitgekozen.

Luisterend naar de muziek eten we zwijgend ons brood.

Ik neem eerst een bolletje met roomboter. Het bolletje is verrassend lekker door de noten en rozijnen die bakker er in heeft gestopt. Ik eet er met smaak van. Het is heerlijk! Geen soberheid en eenvoudigheid te ontdekken aan dit broodbolletje.

Dan neem ik een bruine boterham met boter. Ook hier geniet ik van. Het is lang geleden dat ik zo bewust mijn brood geproefd heb. Eerlijk gezegd laat ik mijn brood vaak overheersen door het beleg dat ik er op doe.

Tenslotte neem ik nog een witte boterham met boter. Ook deze is verrassend smaakvol. Al etend van het witte brood realiseer me dat er duizenden mensen in de wereld zijn die blijer en dankbaarder zijn met één wit brood per dag, dan ik doorgaans met mijn zeer gevarieerde dagelijkse menu. Ik wordt er stil van. Dankbaarheid vervult mijn hart.

Onder het motto ‘Een mens leeft niet van brood alleen’ dekken we de lunchtafel in de Spil in de vastentijd met drie elementen (en soms nog eentje meer). Op deze dag was dat brood met boter, water en een schaal druiven. De eerste tien minuten van de lunch eten we in stilte, al dan niet luisterend naar muziek. Met enige schroom begonnen we er aan. Want is een eenvoudige, stille lunch met weinig keus wel gastvrij? Vinden de gasten het niet ongemakkelijk? Willen ze wel op deze manier stil staan bij de vastentijd en er aan meedoen, zonder dat ze dit vooraf aan hun bezoek wisten?

Als de muziek stopt, luister ik naar de reacties van de gasten. Ja, voor sommigen is het, net als voor mij, in het begin wat ongemakkelijk om zwijgend met elkaar te eten. Kijk je anderen, die je nog niet kent, aan? Waar richt je je blik op? Anderen genieten er juist van dat ze niets hoeven te zeggen en in stilte kunnen genieten van het samenzijn met medegasten, van het brood en van de muziek. De maaltijd zelf wordt niet als karig ervaren, maar eerder als rijk en smaakvol.

Minder blijkt meer…

Als ik twee uur later de supermarkt in loop, besluit ik wat er tot Pasen op mijn dagelijks ochtend- en middagmenu staat thuis. Twee boterhammen met alleen boter, een appel en thee.

En met dankbaarheid hoop ik mijn hart te voeden.

Aletta Eshuis, vrijwilliger in De Spil

Share Button
Pelgrimeren

Pelgrimeren; loslaten wat vertrouwd is

Op 21 januari begon – als initiatief van de Protestantse Gemeente Maarssen – De Bijbel Uitdaging 2015: in 40 weken de hele Bijbel lezen. Inmiddels hebben zich al zo’n 350 deelnemers bij dit initiatief aangesloten, waarvan ik er één ben. In de aankondiging van deze bijbelleesmarathon staat:

Je kunt deze uitdaging zien als een lange wandeltocht, een pelgrimage van het eerste bijbelboek Genesis tot het laatste bijbelboek Openbaringen. Je doet het in eerste instantie voor jezelf maar het helpt om te weten dat je deze lange afstand niet alleen loopt. Een pelgrim weet dat niet het einddoel het belangrijkste is maar juist al die ontmoetingen onderweg. Bij dit leesavontuur zul je dan ook van alles tegenkomen, diepe dalen maar ook prachtige vergezichten. Een avontuur!

Onlangs woonde ik de jaarlijkse Oecumenelezing van de Raad van Kerken bij. Die had als titel: Pelgrimage vanuit de verbeelding. De hoofdspreker, prof. dr. Peter Schmidt, nam ons mee op een wandeling door de Bijbel, waarin de theologische betekenis van pelgrimage aan het licht kwam. Die betekenis komt er kortgezegd op neer dat pelgrimeren is: het loslaten van het beeld van God zoals wij dat zelf maken. God is niet ons (denk)project, maar de geheel Andere, die ons tegemoet komt. Heel krachtig wordt dat neergezet in het verhaal van de roeping van Abraham, de stamvader van joden, christenen en moslims. In mijn wandeling door het bijbelboek Genesis in het kader van de bijbelleesmarathon kwam ik dit verhaal weer tegen, zoals het staat opgetekend in Genesis 12 vers 1: De Heer zei tegen Abraham: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.’ Dit is het begin van een lange reis, een pelgrimage, niet alleen van Abraham, maar ook van zijn ‘nakomelingen’, Gods volk onderweg. In de geschiedenis van dat volk, zoals we die kunnen nalezen in het Eerste of Oude Testament, zijn er telkens weer momenten van opbreken en wegtrekken uit wat vertrouwd is. Zoals op het moment dat God zijn volk bevrijdt uit het ‘slavenhuis’ Egypte. Zo op weg gaan en er op vertrouwen dat God je leven zal leiden is nog niet zo makkelijk. Zeker niet als je in de woestijn van het bestaan belandt. De Israëlieten in de woestijn – geconfronteerd met honger en dorst – verlangden zelfs terug naar het slavenbestaan in Egypte.

Binnenkort begint de veertigdagentijd of vastentijd, de periode van inkeer en bezinning tot aan Pasen. Ook die periode is te zien als een pelgrimage, waarin je wordt uitgenodigd om tijdelijk afstand te doen van wat vertrouwd is, om zo dichter bij het geheim van een leven met God te komen. In de laatste week van deze veertigdagentijd – de Stille Week voor Pasen – organiseert De Spil de Willibrord pelgrimstocht. Vijf dagen wandelen van Zwolle naar Utrecht. Even afstand nemen van (het comfort van) het dagelijks leven om je al wandelend te bezinnen op de betekenis van het Paasevangelie: de pelgrimstocht van Jezus die via de weg van lijden en dood leidt naar het opstaan tot nieuw – eeuwig – leven.

Pelgrimeren in christelijk perspectief heeft te maken met ‘het gaan van de Weg’, maar ook met ‘de hoop op een bestemming’. Pelgrimeren in bijbelse zin gaat over ‘de navolging van Christus’ , over het volgen van Jezus, die ons is voorgegaan en die ons en deze wereld tot de uiteindelijke bestemming brengt, het koninkrijk van God.

Egbert van der Stouw

Share Button

Zoek je God, zoek dan de gemeenschap

Veel gasten in De Spil gaan op retraite vanuit het verlangen om God en Gods weg in hun leven te zoeken. Het lijkt alsof op retraite gaan vooral een individuele zoektocht is. Voor een deel is dat ook zo. Iedere gast gaat op retraite vanuit een persoonlijke motivatie. Toch is het niet zo dat je als gast in De Spil alleen die weg gaat. Er zijn ook andere gasten, er zijn onverwachte en ongedachte ontmoetingen, je eet samen en je bidt samen in de kapel. En zo ontstaat gemeenschap.

De kop boven deze blog zegt het nog stelliger. Hij is ontleend aan een uitspraak van de aartsbisschop van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland, Mgr. Joris Vercammen. Op 31 oktober sprak hij tijdens een symposium ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Spe Gaudentes, de leefgemeenschap van Oudezijds 100 op de Wallen in Amsterdam. Hij zei letterlijk: Wie God wil leren kennen, zal de gemeenschap met medemensen moeten zoeken. Wie in de gemeenschap is met medemensen, zal God ontmoeten.

Op het symposium in de Waalse kerk in hartje Amsterdam waren vertegenwoordigers van verschillende christelijke leefgemeenschappen aanwezig. Variërend van de abt van de benedictijnse St.-Adelbertabdij in Egmond-Binnen – een gemeenschap met wortels die tot duizend jaar terug reiken – tot de ‘abt’ van Kleiklooster, een leefgemeenschap in wording in de Amsterdamse Bijlmer. Gerard Mathijsen osb, de abt van de St.-Adelbertabdij zei over het thema ‘gemeenschap’ onder andere het volgende: Een kloostergemeenschap is een familie. Wat bindt is niet de knusheid, maar Christus.

Dit is precies wat we ook binnen De Spil steeds opnieuw ontdekken. De gemeenschap die ook wij met vallen en opstaan proberen te zijn – ook al zijn wij (nog) geen duurzame leefgemeenschap – ontstaat bij de gratie van Christus. Een belangrijke gids op onze weg van gemeenschapsgroei is de Duitse predikant-martelaar Dietrich Bonhoeffer. Hij schreef in 1938, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog die hem zijn leven zou kosten: Hoe duidelijker wij de grond en de kracht en de belofte van al onze gemeenschap alleen in Jezus Christus leren zien, des te rustiger leren wij over onze gemeenschap denken en voor haar bidden en hopen.

Egbert van der Stouw

Share Button
foto bij blog

LEV, een drievoudig snoer

Op een dag ontdekte ik in de Spil een wonderlijke drieslag. Er is gesprek, er is een maaltijd en er is een gebed in de kapel. Deze drie – in al hun eenvoud – bergen een geheim in zich, een diepe eenheid. Zoiets als: geloof, hoop en liefde. Geloof kan niet zonder hoop of zonder liefde en andersom kan liefde niet bestaan zonder hoop. Het vormt een drievoudig snoer.

Zo ook het leven in de Spil. Er is ontmoeting aan tafel met een goede maaltijd, een lach en een glas. Er is ontmoeting in het gesprek van hart tot hart en er is ontmoeting in de kapel in het samen stil worden en je hart openen voor God.

Deze drieslag schept in korte tijd een sfeer van openheid en vertrouwen en een gevoel van verbondenheid. Op een bepaalde manier versterkt het elkaar. Je kunt het niet beredeneren, we ervaren het gewoon steeds opnieuw.

Gasten willen heel graag in de eigen leefwereld iets vasthouden van deze sfeer. Zo zijn de LEV-groepen ontstaan: groepen van 8-10 mensen die maandelijks een avond bijeenkomen. Ze eten samen, hebben een gesprek n.a.v. een boek of artikel en vieren samen het avondgebed.

De maaltijd is gericht op genieten en ontmoeten, het persoonlijk contact en meeleven. Het gesprek wil zich richten op de wezenlijke vragen en het delen van ervaringen. Geen discussie, maar vanuit je eigen meningen respectvol omgaan met de ander, luisteren zonder oordeel. Een soort spirituele gastvrijheid. Tenslotte zoek je samen het aangezicht van de Ander, van Hem die ons allen omarmt.

LEV staat voor Leren, Eten en Vieren. Eten en Vieren is voor ons meestal niet zo moeilijk. Maar een gesprek voeren, gekenmerkt door respect en luisteren naar elkaar zonder oordeel is niet eenvoudig. Zacht gezegd komt het ons niet aanwaaien. Daarom noemen we het Leren. We willen samen leren om een open ruimte voor elkaar te scheppen, een ruimte waarin je mag zijn wie je bent; waar je je gekend en bemind weet. Samen in de leerschool van Jezus, zeg maar.

Vanuit de Spil ondersteunen wij LEV-groepen in het land. Op deze website vind je de gegevens van de bestaande LEVgroepen.

Wil je het concept LEV-groep beter leren kennen? Op zondag 31 mei 2015 van 16.00 uur tot 20.00 uur is er in de Spil een instructiedag over de diverse aspecten van een LEVgroep.

Bert van der Weijde

Share Button
Wadlopen

Een lied van verlangen

Wij gaan de nacht door, het donker,
Op zoek naar het levend water.
Enkel de dorst zal ons licht zijn.
Enkel de dorst zal ons licht zijn.

Dit Taizé-lied welde in mij op, afgelopen zomer in de baai van de Mont St. Michel in Frankrijk. Met drie dochters nam ik deel aan een wadlooptocht. De avond viel, de zon ging onder, de maan kwam op. Geleid door een gids liepen wij in die stille, weidse ruimte, over land dat enkele uren later weer zee zou zijn.

Wadlopen; een metafoor voor het leven
De ervaring van die wandeling over het wad verwoordde ik later in een gedicht:

Einder

Ik betreed de bodem der zee,
die niet meer is, althans voor even
land, zolang het ebt, weg
vloeit water richting einder.

Maar wacht u voor het drijfzand,
voor de maalstroom van getij,
het duister dat sluimert
in de stilte van het slijk.

De wandeling over het wad is een metafoor voor het leven. Je bent onderweg, als een pelgrim, voortgedreven door een diep verlangen. In het Taizé-lied wordt dit verlangen ‘dorst’ genoemd. Dorst naar ‘het levend water’. Dorst naar de bron van het Leven, naar God. Dit verlangen is ook wat veel van onze gasten trekt naar ‘op retraite gaan’.

Retraite kan ervaren worden als een tijd van ‘eb’; even vaste grond onder de voeten krijgen in de maalstroom van het leven. ‘Maar’, zo zegt het gedicht, ‘wacht u voor het drijfzand’. Ook in een retraite kan de onrust aan je blijven trekken, wordt je soms geconfronteerd met dingen in je leven die je had weggestopt.

Een gids
Tijdens onze wadlooptocht ging een gids ons voor. Hij kende de gevaren van het wad. Hij wist hoe we veilig het doel konden bereiken. Ook tijdens een retraite in De Spil zijn er mensen beschikbaar die deze gidsfunctie hebben. Er is begeleiding die je kan helpen in de omgang met je eigen onrust en levensvragen. Het Taizé-lied zingt dat er ook een innerlijke gids is die je door ‘het donker’ leidt. Dat is je eigen ‘dorst’, je diepste verlangen. Dat verlangen helpt je om het doel waarvoor je op retraite gaat voor ogen te houden. Dat verlangen wordt in een retraite ook zelf weer gevoed. Zodat je gesterkt je tocht door het leven kunt vervolgen.

Egbert van der Stouw

Share Button

De weg terug naar God

Een rij bomen zonder uitzicht. Een mooi bos: overal fluiten de vogels en bouwen ze nesten. Velen vliegen echter doelloos rond; schreeuwend, of wegkwijnend in eenzaamheid. De veren zijn veelkleurig. De meeste vogels hebben wel dezelfde snavel. Er zijn echter een aantal vogels met blauwe snavels.

Eén van hen vliegt van boom naar boom. Het leek wel alsof elke boom haar thuis was, of alsof zij geen enkel plekje had wat zij echt haar thuis zou kunnen noemen. Iedereen kende haar, maar een paar mensen kenden haar echt. Ze fladderde van boom naar boom. Zelf had ze ook een boom, maar daar was ze alleen als ze niet naar die andere bomen was. Ze vroeg zich af waarom ze niet meer in haar eigen boompje zat. Ze kon er niet echt woorden voor vinden. Ze was wel blij met haar eigen boom, maar de rust ontbrak.

Wat wilde ze graag dat de vogels gelukkig waren. Dat ze het leven leefden dat bij hen paste. Dat ze gezien en gekend werden om wie ze waren. Misschien kwam dat ook wel voort uit haar eigen verlangen. Het verlangen om gezien te worden hoe ze werkelijk was. Niet altijd maar als de vogel met de blauwe snavel, maar als vogel. Als vogel met verlangens, behoeften, vreugde en pijn.

Ze wilde laten zien wat ze kon, maar nog veel liever wilde ze dat niet laten zien en wilde ze dat mensen haar talenten zagen zonder dat ze zelf moest zeggen dat ze talenten had. Ze wilde gewoon erkend en gezien worden om wie ze was.

Dat verlangen dreef haar voort. En dit wilde ze ook met andere vogels delen. De andere vogels laten zien dat zij mogen zijn wie ze zijn en mogen groeien naar wie ze mogen worden: een vogel, die vrij is om te vliegen, maar ook een vogel die vrij is om zijn rust te nemen, die vrij is om zijn verlangens en passie uit te leven.

Verscholen in een ander bos nam ze tijd om de Boswachter te ontmoeten. Om bij Hem al haar pijn, haar vreugde, haar verlangen te brengen. Om te mogen weten: Ik heb jou gemaakt. Ik heb een doel met je leven. Wees niet bang, sta op en ga, maar neem ook rust. Rust om met Mij te spreken en alles bij Mij te brengen. Neem de tijd en gebruik de mogelijkheden die Ik je gegeven heb. Voor Mij maakt die blauwe snavel niet uit.

Geschreven door een gaste met een visuele beperking, naar aanleiding van haar retraite in De Spil.

 

Share Button
flyer_moderne devotie

Pelgrimeren kan je leren!

De pelgrimstocht Moderne Devotie, tijdens de Hemelvaartvakantie dit jaar, maakte bij mijn collega’s en vrienden allerlei reacties los. Soms verbaasd: “Een pelgrimage in Nederland, bestaat dat dan?” Soms wat kritisch: “Het Geert Grootepad is toch helemaal geen pelgrimstocht, je kan de route bij de VVV aanschaffen!”. En natuurlijk de meest tergende reactie: “Ja, wij snappen heel goed dat jij meedoet aan een pelgrimstocht. Dat had je echt even nodig” Toch was iedereen het er wel over eens dat zo’n pelgrimstocht iets heeft. Het appelleert aan nostalgische gevoelens en roept beelden op van mediterende monniken, gregoriaanse lofzangen en afgelegen kloosters.
Waarom deed ik aan de tocht mee? Het werd mij verschillende keren gevraagd, maar ik weet het precieze antwoord niet te geven. Het onderwerp van de Moderne Devotie sprak mij wel aan en een paar dagen buitenlucht heeft nog nooit iemand kwaad gedaan. Daarnaast maakte ik mij een beetje zorgen om mijn gebrek aan geloofsritme: geen rust om te bidden, geen geduld om te lezen. Wellicht zou de tocht mij nieuwe inspiratie geven, of, als we toch bezig zijn met verlanglijstjes, een of twee concrete antwoorden op de vraag ‘Hoe nu verder?’

De eerste dag van de pelgrimstocht was niets minder dan euforisch te noemen. Het miezerde een beetje, wat waarschijnlijk veel mensen van de straat hield. Vol goede moed wandelde ik in een grote regenjas van Deventer naar Diepeveen en van Diepeveen naar Olst. Wat een prachtige route, zeg! Erg uitnodigend om eens uitgebreid over allerlei kwesties na te denken. Zo gezegd zo gedaan. Ik dacht na terwijl ik door de bossen liep, op afgelegen bankjes zat, terwijl ik mijn boterhammen at en een wijntje dronk op het terras van een of ander kasteel. Aan het einde van de dag had ik geen enkel antwoord op mijn vragen gekregen, maar kon ik alleen maar denken: ‘Wat ben ik toch gelukkig!’

Zo euforisch als ik mij op de eerste dag voelde, zo beroerd voelde ik mij op dag twee. Na ongeveer acht kilometer begon ik last te krijgen van hooikoorts en van mijn voeten (en toen waren er nog 13 kilometer te gaan). Bovendien leek het erop dat de rest van Nederland collectief besloten had om ook de route van Olst naar Windesheim te wandelen en mij met enige regelmaat de vraag te stellen: ‘Hoor jij ook bij de wandelgroep? Jullie hebben allemaal hetzelfde boekje.’ ‘Stil toch, mens! Zie je dan niet dat ik aan het mediteren ben?’ dacht ik dan telkens terwijl ik steeds korter antwoord gaf op de vraag. Het geluksgevoel van de vorige dag was verdwenen. Ik werd continue afgeleid door spierpijn, voorbij suizende auto’s en rinkelende fietsbellen. Waar was de rust? Hoe kon ik te midden van al deze prikkels mediteren over de grote zaken des levens?

Omdat mijn beleving van de tocht veranderde, verschoof mijn aandacht van persoonlijke kwesties naar de pelgrimstocht zelf. Hoe verschil ik eigenlijk van andere wandelaars die de route langs de IJssel afleggen? Wanneer ben je toerist en wanneer pelgrim? Ben ik een pelgrim omdat ik het boekje Mystiek aan de IJssel van Mink de Vries bij me draag? De Van Dale definieert ‘pelgrimage’ of ‘bedevaart’ als een ‘tocht naar een heilige plaats’. Wat was eigenlijk de heilige plaats waar wij naartoe wandelden? Een voor de hand liggend antwoord is natuurlijk ‘de kerk’. De tocht bracht ons iedere keer weer bij een kerk: De Lebuinuskerk in Deventer, de Dorpskerken in Diepeveen en Olst, de Kloosterkerk in Windesheim en uiteindelijk het Dominicanenklooster in Zwolle. Maar ook toeristen bezoeken kerken, al is het alleen maar om de architectuur te bewonderen, de toren te beklimmen en een symbolisch kaarsje aan te steken. Wat voor de één een heilige plek is, is voor de ander cultureel erfgoed.

Onbewust wierp een van mijn mede-pelgrims licht op deze vragen. Onder het genot van een wijntje uitte ik mijn frustratie over de wandelrampdag, waarna hij zei: “Volgens mij verschillen onze opvattingen over pelgrimages.” Ik dacht even na. Een moderne pelgrimage is toch ‘religieuze psychoanalyse meets mindfulness’? Je sluit je af voor de buitenwereld, keert het geestesoog naar binnen, onderzoekt de ziel, accepteert wat je niet kan veranderen en wandel het vervolgens van je af. Ik loop niet naar een heilige plaats toe, maar probeer in mijzelf een heilige plaats van stilte te vinden. Voor mijn mede-pelgrim, echter, was de pelgrimage juist een gelegenheid voor ontmoeting. Hij ging dan ook regelmatig gesprekken aan met andere wandelaars of mede-pelgrims. De heilige plaats vond hij telkens weer in het contact met anderen.
Een pelgrim verschilt dus niet per definitie van een toerist. Het gaat erom welke houding je aanneemt.

In eerste instantie had ik misschien wel wat meer gemeen met een toerist dan ik zelf had willen toegeven: ik liep om het eigen welzijn te bevorderen. Maar gaandeweg begon ik steeds meer over de pelgrim na te denken die zijn ogen naar buiten keert om te zien wat er om hem heen gebeurt en wat hij voor iemand zou kunnen betekenen. Het lijkt mij dat een goede pelgrim deze twee houdingen op gebalanceerde wijze weet te combineren: spitten in de ziel zonder zich af te sluiten voor kleine en grote ontmoetingen. Pelgrimeren vergt blijkbaar wat oefening. Wellicht een reden om het volgend jaar nog eens te proberen!

Krina, 26 jaar

Share Button